• Alles
  • Columns
  • Verhalen
  • Gedichten
Bekijk hier alle posts met een Taal erin!
Posts tonen met het label Taal. Alle posts tonen

donderdag 17 september 2020

Een so (een is sowieso goed)

“Let even goed op, want ik zal je precies vertellen wat je moet leren voor het so van volgende week.” De leerlingen in mijn vwo-2-klas schrijven driftig mee met wat ik op het bord schrijf: verwijswoorden, zij/hun/hen, dat/wat, als/dan. 

Niemand roept iets over de taalfout die ik in die zin gemaakt hebt. En dat is echt niet uit beleefdheid, want in principe grijpen ze elke gelegenheid aan om mij te wijzen op elke vermeende (!) fout. “Haha! Mevrouw! U zei ‘een aantal van jullie heeft’, maar het is natuurlijk ‘hebben’!” De reden dat ze niks zeggen is puur dat ze de taalfout niet gehoord hebben. Ik hoorde hem zelf ook niet. Ik vraag me af hoeveel van de lezers het zagen.

Ik wist pas dat het fout was, toen een vriendin mij appte. ‘Zeg jij de so of het so?’ Zonder twijfel antwoordde ik ‘het’. Voor haar gold hetzelfde. Maar op de school waar ze werkt, een gymnasium, zeggen alle docenten ‘de’. Alle leerlingen zeggen ‘het’.

Natuurlijk is het ‘de’ so. In principe krijgt een afkorting het lidwoord dat hoort bij de uitgeschreven vorm. Het is ‘de schriftelijke overhoring’, dus ook ‘de so’. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de tv (want: de televisie) en het hbo (het hoger beroepsonderwijs). Toch betwijfel ik of ik óóit in mijn leven ‘de so’ heb gezegd. En ik snap niet waarom.

Het gebeurt wel eens vaker dat het lidwoord van een woord verandert. Maar dat is eigenlijk altijd andersom. Van ‘het’ naar ‘de’.  In 2011 schreef Onze Taal al hoe het kan dat ‘het’ aan terrein verliest. Zo is er weinig informatie om aan af te leiden welk lidwoord je moet hebben, heeft het Nederlands überhaupt meer de-woorden dan het-woorden, en krijgen ook bijna alle nieuwe woorden ‘de’ (‘de feedback’, ‘de talkshow’). Logisch. Maar waar komt dan in vredesnaam die ‘het’ vandaan in ‘het so’?

Toen ik de toets van mijn klas nakeek, had ik soms moeite om een rode streep te zetten door ‘een meisje die’. Het feit dat ik ‘het so’ en niet ‘de so’ nakeek, vervulde me met bewustzijn dat taalgevoel soms tegen de regels indruist. Ik ga ervan uit dat als ze ‘het’ so vijftig jaar later hadden gemaakt, ik een krul had kunnen zetten.

Op Twitter krijg ik inmiddels veel reacties. De meest genoemde verklaring: 'so' stond vroeger voor 'schoolonderzoek', waarbij 'het so' wel logisch is. Hoewel ik de term 'schoolonderzoek' zelf niet ken (de term is in 1998 vervangen door 'schoolexamen') lijkt dit me geen gek idee.

vrijdag 26 april 2019

Niet geschoten

De taal heeft niet altijd gelijk. Sterker nog, de taal kan ons misleiden. Met verstrekkende gevolgen. Het lijkt alsof de taal er gewoon is om de werkelijkheid te beschrijven, maar niets van dat alles, wij gebrúiken de taal om de werkelijkheid te beschrijven en soms gaat dat helemaal mis. Dan doen we het niet zo zorgvuldig en denken daarna dat de taal gelijk heeft, want de taal zegt het toch. In dat licht ben ik erg voor het stoppen met zeggen dat Columbus Amerika ‘ontdekt’ heeft en het in musea vervangen van ‘slaven’ in ‘tot slaaf gemaakten’.

Zelf wil ik nu even de strijd aangaan met de uitdrukking ‘Niet geschoten, altijd mis.’ Een uitdrukking die, laten we wel wezen, echt helemaal nergens op slaat. Niet geschoten is nooit mis. Wel geschoten daarentegen is zeer waarschijnlijk mis.

Dat de belachelijke uitdrukking nog steeds in de roulatie is, lijkt me meer kwaad dan goed doen. Natuurlijk is er wat voor te zeggen dat je bij weinig kans alsnog iets kunt proberen. Maar niet geschoten is sowieso niet mis. Dat is de hele kwestie. Daarom is een beslissing maken soms ook zo moeilijk. Laat de taal je die troost niet afpakken. De taal heeft echt niet altijd gelijk.

dinsdag 19 maart 2019

Voorprettaal

Vraag: wat is er leuker dan pret?
Antwoord: voorpret.

Het is natuurlijk weinig mindful-living-in-the-moment-happinez van me, maar soms verdenk ik mezelf ervan meer voorpret dan reguliere pret te hebben. Qua kwantiteit sowieso, voor één dag leuks kun je weken aan voorpret ervaren. Hoe langer de in het vooruitzicht gestelde pret duurt, hoe eerder je met verheugen mag beginnen.

In de zomer ga ik twee weken met met mijn broertje interrailen door Oost-Europa, en ik kan je zeggen: de voorpret is reeds in hevige mate aangevangen.

In deze context is er een talige constructie waar ik een groot voorstander van ben. Namelijk: de morgen-zijn-we-nu-constructie. Stel, je gaat morgen met de trein naar Berlijn. De dag van tevoren kun je dan om 7.00 uur heel goed tegen je reispartner zeggen: “Morgen zitten we nu in de trein.” En dan om 15.00 uur: “Morgen zijn we nu op Berlijn Hauptbahnhof.”

Je zou denken dat het makkelijker kan. Je kunt ook zeggen: “Morgen zijn we in Berlijn” of “Morgen zijn we om 15.00 in Berlijn.” Maar zo werkt het niet. Dat is gewoon een droge mededeling. Nee, dan de morgen-zijn-we-nu-constructie (ook beschikbaar in volgende-week-zijn-we-nu en volgende-maand-zijn-we-nu-variant). Die is er niet om informatie te verschaffen, die is er om te zeggen: “stel je eens voor”, “het is bijna zover” en “ik kan niet wachten” ineen.

De morgen-zijn-we-nu-constructie is de vergrammaticalisatie van de voorpret.

dinsdag 26 april 2016

Maar éigenlijk is het al morgen

Morgen in het Koningsdag (door mij steevast uitgesproken als koninginneeuhkoningsdag), dus vanavond is het Koningsnacht. Ik zal me daar verder niet te veel over uitlaten (leve de Farao!), maar wel wil ik het even hebben over iets wat onvermijdelijk gaat gebeuren. Iets dat überhaupt onvermijdelijk is als groepen vrienden samen feestvieren en zo de grens van 0:00 passeren. Het betreft de volgende situatie:

Het is een uur of 04:00, een dronken vriendengroep staat licht versuft bij de Febo, lauw broodje kroket in ene hand, plastic beker bier in de andere hand.
Vriend 1: Oh, man, en ik moet dus morgen al om elf uur werken hè.
Vriend 2: Je bedoelt vandaag. Het is al twaalf uur geweest dus het is vandaag.

Het broodje kroket kan best een frikandel of een bamischijf zijn, de tijd, de plaats, de mensen, het maakt allemaal niks uit. Als iemand het over ‘morgen’ heeft terwijl het technisch gezien al ‘vandaag’ is, is er altijd iemand die, met een kop alsof ie iets heel intelligents zegt, antwoordt dat het éigenlijk vandaag is. Waarom doen mensen dat? Dat hoeft toch helemaal niet? Het zijn vast dezelfde mensen die ‘ja’ antwoorden op de vraag of ze een glas willen aangeven en je dan heel triomfantelijk aankijken. Het is irritant, volstrekt onorigineel, maar bovendien ben ik het er absoluut niet mee eens.

Ik heb de volgende pragmatische opvatting over het woord ‘morgen’: Het is pas de volgende dag als je geslapen hebt. Dus als je het om vier uur ’s nachts over ‘morgen’ hebt, betekent dat ‘zodra ik wakker word’, al dan niet met knallende koppijn. Er zijn twee uitzonderingen op deze regel.
1. Als je de hele nacht doorhaalt en dus niet gaat slapen. In dat geval is het ‘morgen’ zodra normale mensen opstaan en aan hun dag beginnen.
2. Verjaardagen. Op verjaardagen is het toegestaan iemand om twaalf uur te feliciteren. Dat is niet zo consequent, maar wel gezellig. (Maar ook dan: ‘morgen’ betreft dan nog steeds je verjaardag. Fijn hè?)

Ik stel voor dat iedereen hier aan mee doet. Vanavond is een mooie avond om er mee te beginnen.

Willem Willy Alexander en Maxima
Máxima stop.

donderdag 22 oktober 2015

Nare dingen in een fijn leven


Het Nederlands een lelijke taal

Een week gevoel van medelijden maakt zich van mij meester als ik iemand weer eens hoor zeggen: ,,Maar het Nederlands is toch een heel lelijke taal?’’ Ik snap niet waar het vandaan komt dat Nederlanders zo’n buitenproportionele afkeer hebben van hun eigen taal. Dat vind ik niet eens per se heel erg, eerder jammer (ik ben niet bóós, ik ben teléúrgesteld), want wat hebben ze ongelijk. En wat verdrietig dat ze dat zelf niet door hebben.

Gelukkig houd ik wel van onze taal en beleef ik daar bespottelijk veel plezier aan. Zo houd ik bijvoorbeeld een lijstje bij van mooie en lelijke woorden. Moet wel even het misverstand uit de wereld geholpen dat lelijke woorden geen woorden zijn met een vervelende betekenis. Zij die zeggen dat ze, ik noem maar iets, 'gedoogpolitiek' een lelijk woord vinden wantrouw ik. Niet omdat ze waarschijnlijk iets tegen gedogen hebben, maar omdat ze niet begrijpen dat een lelijk begrip niet hetzelfde is als een lelijk woord.

"Ik ben niet bóós, ik ben teléúrgesteld"

Om maar even een voorbeeld te geven, ik vind ‘naar’ een mooi woord. Dat komt door de klank. 'Naar' klinkt ook echt naar. Je kunt zeggen dat iets vervelend is, of irritant, maar dat is echt iets heel anders dan NAAR. De bus missen is vervelend, dat de wifi het steeds niet doet irritant, maar als je op een stortregenachtige herfstdag op een nat zadel moet gaan zitten, terwijl je jas ook al doorweekt is en je een keelpijn op voelt komen, dan is dat naar.  Zodoende houd ik zelf een lijstje bij met ‘nare dingen in een fijn leven’ waar naast ‘op een nat zadel gaan zitten’ en ‘keelpijn voelen opkomen’ ook ‘de wekker’ en ‘de natte sjaal’ staan. Het lijstje groeit gestaag, er zijn niet veel dingen in een fijn leven die precies bij dit mooie woord passen.

Lelijke woorden op mijn lijstje zijn ‘beige’, ‘orgel,’ ‘zalm’ en ook het jeuk veroorzakende ‘crea-bea’ en het afgrijselijke ‘slufter’ (zeker in combinatie met een slissende aardrijkskunde lerares geen aanrader). Andere mooie woorden zijn ‘wortel,’ ‘bedachtzaam,’ ‘pietenpak,’ (ritme van de Radetzky Mars) ‘wildbreien,’ het voorvoegsel ‘bere-‘ (serieus, alles met bere-  klinkt gezellig, zelfs ‘berechagrijnig’) en ‘belabberd’.

Het lijstje met mooie woorden is uiteraard langer, want ik houd van onze taal. Had het niet zo’n ontzettende Rita-Verdonk-associatie, dan zou ik zeggen dat ik ‘trots op Nederlands’ was. En zij die het Nederlands lelijk vinden moeten zich in een hoekje gaan zitten schamen, of misschien gewoon beter opletten. Voor hun eigen bestwil ook, want elke dag moeten praten in een taal die je veracht, dat lijkt me een typisch gevalletje van ‘naar’. Desalniettemin. Verkneukelen. Nurks.

Om over de leuke dingen die je met taal kunt doen nog maar te zwijgen. Daar schreef ik vorig jaar iets over. Met dingen.

vrijdag 5 september 2014

Al was meteen de eerste avond soir

Studeer je Nederlands?


DEEL 1
Het studiejaar is weer begonnen. De onderwerpen van de standaard gesprekken met mensen die ik niet heel goed ken, verschuiven van 'ga je nog wat leuks doen in de vakantie?' naar 'o, en wat voor studie doe je dan?'. Waar ik er in het eerste geval nog gemakkelijk vanaf kom met een vriendelijke glimlach en een verhaal over New York, kom ik in het tweede geval vaak diep in de problemen. Dat komt omdat ik bij de vakantievraag nog heel wat kan verzwijgen (bijvoorbeeld dat ik op de dag dat het zo mooi weer was eigenlijk de hele dag binnen heb gezeten), maar ik bij de studievraag maar één ding kan antwoorden. En dat antwoord luidt: 'Nederlands.' Ik probeer er niet een al te schuldbewust gezicht bij te trekken.
Ja, kijk me maar niet zo aan, ik studeer Nederlands inderdaad.

'O, wil je leraar worden?' is een veel voorkomende reactie op mijn bekentenis. Ik zal meteen even het bijbehorende antwoord geven: 'Nou, nee, dat is niet per se de bedoeling, maar ik sluit niks uit.'
Andere geschrokken gesprekspartners reageren met 'o, echt!? Ik ben echt heel slecht in spelling en zo.' Ook dit misverstand zal ik uit de wereld helpen. Ik studeer Nederlands, geen spelling. Ik heb exact één college (klankleer) over spelling gehad en de hoofdgedachte daarvan was dat het onbegrijpelijk is en het allemaal nooit meer goed komt.
Ik krijg trouwens ook geen colleges woordenboek (dus ik ken NIET alle woorden).

Zo, nu dit duidelijk is, wil ik het even hebben over de enige geschikte reactie op mijn mededeling dat ik Nederlands studeer. Het is niet moeilijk. Het is geen lange zin die je uit je hoofd hoeft te leren. Eigenlijk is het heel simpel: 'o, wat leuk, ik houd ook erg van taal.' Dat is alles. En als je nog twijfelt over het waarheidsgehalte van die bewering, lees vooral verder.

DEEL 2
Het stikt van de dingen op internet. Überhaupt vind ik dat er veel dingen zijn, maar op internet zijn er nog veel meer dingen dan dat er dingen in het echt zijn. Die dingen slaan op van alles en nog vaker op niets en heel af en toe ook enorm op taal. En nou wil het geval dat ik het nu even ga hebben over de laatste categorie. 'Dingen' is nogal een vaag begrip, dat geef ik toe, maar het dekt wel de lading.

Ding 1
Op Twitter volg ik Frank van Pamelen, naar eigen zeggen 'schrijver en zo'. Op de geboortedag van Cor van Hout (die engerd die Freddy Heineken heeft ontvoerd), introduceerde hij een nieuwe versvorm, het #corvanhoutje :

Heineken, en het liefst goed koud
Dat is iets waar Cor van Hout

Hij tweette en retweette nog meer, maar zo goed als het origineel werd het natuurlijk nooit.

Na zijn strijd met Spanje
Hield Willem van Oranje
Het leven is niet saai
Sinds ik Patricia Paay
Het lijk was verdwenen
De zoektocht gestart
Kees vond de benen
En Maarten 't Hart
Het was een duet
Maar klonk als gekrijs
Want ik raakte de toon kwijt
En Ivo de Wijs
(#johnvsliedregt)
Deze voldoet misschien niet helemaal aan de eisen, maar is desalniettemin het delen waard:
DOMWEG
We lopen met zijn tweeën langs de IJssel
Te praten over verskunst en ik noem
Per ongeluk de dichter Bloem van Deyssel
En omgekeerd Jeroen van Dijsselbloem
@erikvmuiswinkel
Ding 2
Toen Ionica Smeets in zomergasten een fragment liet zien van Kees Torn, werd dat opeens een internethit. En iedereen die enthousiast werd had gelijk, want het was taal en leuk.

Frank van Pamelen tweette: 'Speciaal voor @ionicasmeets': liedje #nederlandsfrans in de maak. Op zijn Kees Torns. Al was meteen de eerste avond soir...'

Er werd meteen op gereageerd door verschillende twitteraars. Het idee dat er meerdere mensen fanatiek zinnetjes aan het bedenken waren, bezorgde mij een brede grijns.

Frans-Nederlands Frank van Pamelen KeesTorn
Klik op de afbeeldingen om 'm groter te maken.


Dit is lang niet alles, maar ik kan niet bezig blijven.
Eergisteren tweette hij trouwens het onderstaande, dus houd het in de gaten!

Belofte Frank van Pamelen Kees Torn Frans-Nederlands

Ding 3
In 2011 (en 2013) was er wel eens een programma op tv met de titel 'Tatatataal'. Het was een grappig programma met als presentator iemand die Nederlands heeft gestudeerd (!), namelijk Erik van Muiswinkel. In het programma was er de rubriek 'Beter dan Gorter', (ook wel eens 'Korter dan Gorter' genoemd trouwens, Gorters Mei heeft namelijk 4381 regels) waarin deelnemers bekende gedichten anders moesten afmaken. Er zaten briljante vondsten tussen. Iemand achter het youtubeaccount 'athrodios' heeft wat tijd opgeofferd om er een compilatie van te maken. Het is het kijken meer dan waard. En nou niet na twee wegklikken, want ze worden alleen maar beter.
En als je nou echt weinig tijd hebt, ga je even naar 3:44, en 6:38 ALLE DRIE.





Ik heb zelf ook een poging ondernomen, trouwens. Het is wat flauw om in deze post alleen maar te teren op andermans creaties dus vooruit. Naar het bekende gedicht van niet Godfried Bomans noch Michel van derPlas.

3Gezusters

Hier zit ik achter mijn gintonicglas
Mij onnoemlijk te vervelen
Omdat in dit café mijn 3G het niet dee
Kan ik niks van mijn gezelligheid delen

Geen instagramfoto's van mijn halflege glas
Geen app, geen snap, geen spel om te spelen
Ik wou dat ik in de Drie Gezusters was
Dan kon ik nu tweeten en mailen

Ding 4
Puur en alleen omdat hier dingen staan, ook dit ding.



Laatste ding
Ik wil vaker voorgelezen worden. Dit is een mooi en kort verhaal van Arjen Lubach op Noorderzon.



_________________

Graag zou ik u willen vragen mee te werken aan een onderzoek over de effectiviteit van dit artikel. Het onderzoek bestaat uit 1 meerkeuzevraag. Onder de deelnemers wordt een paard verloot.

Wat is uw reactie op het feit dat de schrijver van dit artikel Nederlands studeert?
A) O, wil ze leraar worden?
B) O, ik ben echt heel slecht in spelling en zo.
C) O, wat leuk, ik houd ook van taal.
D) Schoenen.
E) Ik zie helemaal geen ding staan.