Vandaag
vond ik het weer om buiten op straat te voetballen. Het was precies dat weer
waarbij je na een kwartiertje buiten adem je jas uitdoet en op de stoeprand
gooit, terwijl je daarna voelt dat het eigenlijk iets te koud is maar ‘m toch
niet meer aandoet. Het is fijn dat het bijna lente voelt en bovendien zit zo’n
jas niet lekker.
Ik ben niet gaan voetballen. Niemand
wilde mee, en bovendien ben ik al achttien. Als je achttien bent hoor je je
naar het schijnt te gedragen als een normaal volwassen mens. Jammer, ik besloot
toch naar buiten te gaan en fietste even naar het centrum alwaar ik een paar
sokken bij de Hema kocht, moet ook gebeuren.
Toch
denk ik dat het begrip ‘volwassen’ zwaar overschat wordt. En dan met name in de
context van ‘je volwassen gedragen’. Op sommige punten word je namelijk
helemaal niet volwassen. Of laat ik voor
mezelf spreken, ik ben af en toe
stinkend jaloers op kinderen van een jaar of tien. Want zij mogen van alles wat
wij niet mogen en dat is niet eerlijk. Ik wil ook buiten spelen als het mooi
weer is. Op mijn verjaardag wil ik graag met al mijn vrienden tien tellen in de rimboe doen rondom het
huis. En als er een keer een roze fee in
mijn kamer staat vraag ik (naast wereldvrede hoor) om een enorm grote-mensenballorig.
Want serieus, Ballorig is toch wel het gaafste wat er is! Er is echt niks
vetter dan doelloos en keihard rondrennen op een springkussenvloer, in netten
kruipen en met een glijbaan in een ballenbak terecht komen.
Hier heb ik die glijbaanplasticschaafwondjes echt wel voor over! |
Kijk dan hoe gaaf! |
Ik ben hier niet de enige in, dat
weet ik zeker. Paintball en lasergamen zijn hier de heimelijke tekenen van.
Die spellen zijn met een pistoolgeweerachtig ding dus volwassentechnisch
toegestaan, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat om het keihard
wegrennen, iemand achternazitten en je verstoppen. En door de modder kruipen,
als het even kan. Ik kán hier niet de enige zijn, het enthousiasme van de
deelnemers en de enorme kijkcijfers van Wie is de Mol? (Jan-Willem) vormen het onomstotelijke bewijs. De kandidaten spelen serieus, overtuigend en
met het grootst mogelijke plezier de tofste spellen die ik ooit gezien heb. Geen
kinderachtige spellen, toffe spellen. Wegrennen, verstoppen en ergens in
klimmen.
Daniël is de belichaming van het enthousiasme. 'Zo'n motherfucker van een *vul hier iets willekeurigs in*!' |
Ik
ben af en toe jaloers op kinderen van tien. En op de deelnemers van Wie is de
Mol?. Steun betuigen mag. En ook als je een grote leegstaande fabriek/ander
geschikt terrein en een paar vrienden hebt om tien tellen in de rimboe te spelen, hoor ik het graag.
Wacht
even hoor, ik doe nog even m’n jas uit. Ja, kom’tie.
TIEN
TELLEN IN DE RIMBOEOEOEOE, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1, 0
Geen opmerkingen:
Een reactie posten